Fictie
Terug naar fictie

Vadervoorbeeld

kort verhaal

Onderstaand is een fragment van een kort verhaal

I

Vanavond legden vader en ik de laatste hand aan ons meesterwerk. We hadden in enkele dagen ontelbare vellen papier, ordners en afgedrukte Excelsheets beetgepakt. Mijn duim voelde gerimpeld van mijn speeksel. Ik sloot mijn ogen en in het zwart verschenen cijfers, grafieken en tabellen die in een eindeloze vrije val van boven naar beneden donderden. Menig mens had zich geduizeld gevoeld, maar niet ik. Wij hadden het onmogelijke mogelijk gemaakt, het ondenkbare uitgedacht en het illegale gelegaliseerd.

In vijf dagen ontstonden er tientallen eilanden in mijn 415 m2 ruime loft. De zitruimte ontpopte zich tot eiland Clean Technology Association, de eetkamer werd eiland Omega Trust en de achterkamer verkreeg het voorrecht tot eiland Fusion Enterprise, mijn favoriet. Waar de overige bedrijfsnamen gekozen waren met behulp van een gratis Business & Company Name Generator op internet, had ik Fusion Enterprise, verkort Fusion, zelf bedacht. Fusion was het eerste bedrijf dat ik oprichtte, jaren geleden. Al bestond Fusion toentertijd slechts bij gratie van een handjevol facturen gericht aan de crediteurenadministratie van Gemeente Amsterdam en bij een luttele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Elke gek kan zich immers inschrijven bij de Kamer van Koophandel.

De hal hadden we efficiënt verdeeld in secties, waar elk bedrijveneiland keurig was omlijnd met schildertape. Vader en ik hadden over alles nagedacht. In het midden van de hal reserveerden we een looproute, zodat elk eiland gemakkelijk toegankelijk was. We verzamelden bureau-, nacht- en tafellampen om elk eiland voldoende te verlichten. Zo zouden onbenullige zaken, zoals dag en nacht, ons niet hinderen om ons werk te voltooien. Ook was de keuken bevoorraad met kant-en-klaarmaaltijden, voedzame tussendoortjes en koffie. Het drankkabinet was meer dan voldoende gevuld met cognac, jenever en verschillende soorten whisky’s, al was dat niet anders dan normaal.  

Het was nog maar 24 uur geleden dat elk eiland nog uitpuilde van de op kleur gecodeerde vellen papier die met moeite binnen de lijnen van de schildertape bleven. De loft zag er gewoonweg belachelijk uit. Een willekeurig persoon zou bij het aanzicht van deze woning direct concluderen dat de eigenaar met enige spoed naar een psychiatrische inrichting zou moeten worden gestuurd. Ik had gegrinnikt bij deze gedachte en had deze graag gedeeld met vader als hij niet opperst geconcentreerd de laatste cijfers berekende van de balans van Omega Trust. Het was dan ook dankzij vaders ongekende concentratie dat de loft er na 24 uur weer redelijk bewoonbaar uitzag. Elk eiland kende nu twee ordners, Versie A en Versie B. De B-versies zouden worden opgesloten in de kluis. De A-versies zou ik morgen aanleveren aan de externe auditor, die in opdracht van Gemeente Amsterdam de zaken moest controleren.

“Nu mag je je vader ook wat lekkers inschenken, Hendrik,” zei hij op gebiedende toon. Ik dronk het laatste bodempje van mijn whiskyglas leeg, schoof het deurtje van het houten drankkabinet open en schonk een klein glas met voetje bijna tot de rand in met jenever. Ik bood het glaasje aan, terwijl ik vaders handen lichtjes zag trillen. De inspanning van afgelopen dagen leek zijn tol te eisen.

“Ik moet u eerlijk bekennen: ik dacht dat er geen einde aan zou komen,” lachte ik.

Vader nipte van zijn glas en sloot even zijn ogen toen hij de drank doorslikte.

“Dat komt, zoon, omdat je niet verder kijkt dan je neus lang is. Je bent altijd al naïef geweest, als kind en nog steeds.”

Naïef. Wat had ik een hekel aan dat woord.

“Weet je nog hoe die andere jongens in je klas het altijd op je gemunt hadden? Dan kwam je weer thuis met een blauw oog, een tand door je lip, blauwe plekken – er was altijd wat met jou. Zoiets ontstaat niet zomaar. Dat laat je gebeuren,” vervolgde vader.

“Vond u dat erg? U had die andere jongens moeten zien!” Met een gespeelde grijs en slechte humor probeerde ik de steek van een zwerend verleden te sussen. Vader lachte niet.

“Een man kan zich niet permitteren om blind te zijn voor consequenties. Je hebt maar geluk dat ik je telkens uit de brand kom redden. Maar dat houdt ook ooit op, hè,” zei vader.

Vader richtte zijn ogen op me als een geduldige sluipschutter. Mijn hand greep naar een glas dat leeg bleek, waarna ik gauw mijn armen over elkaar sloot om het zweet tussen mijn oksels te verbergen. Ik zuchtte en verdrong de behoefte om mijn stem te heffen. Vervallen in zwakte zou slechts een bevestiging zijn voor vader.

“Dankbaar ben ik u zeker. Maar ik moet u toch eraan herinneren dat ik geen kind meer ben. Ik heb het afgelopen jaren prima gered zonder uw hulp. Ooit was ik wellicht naïef, maar ik kan u verzekeren dat ik nu een geheel ander man ben. Zelfs Elena zei pas nog dat ze mijn doortastendheid en besluitvaardigheid ontzettend opwindend vond. Excuseer mijn taal, maar u begrijpt wat ik wil zeggen.”

“En wie mag die Elena zijn, dan?”

“Elena? Mijn vrouw? U hebt haar wel eens gezien, maar dat is alweer lang geleden. Een pittig grietje, noemde u haar. Dat is ze nog steeds wel. Ze praat veel.”

“Ja, dat doen vrouwen.”

“Maar niets dan de waarheid. Ze heeft een…” Ik maakte een wapperend gebaar met mijn handen, terwijl ik naar het juiste woord zocht.  “… ongecensureerde mening. In een positieve zin, snap je?”.  Ik kuchte en corrigeerde mezelf. “Snapt u?”

Vaders gelaat bleef onbewogen.

“Het helpt dat ze bloedmooi is. Ik kijk nog altijd graag naar haar.”

Ik liet vader de achtergrondfoto van mijn telefoon zien. Hij haalde zijn schouders op.

“Je spreekt hoogdravend over haar. Maar ik kan me haar niet voor de geest halen. Op mijn leeftijd moet je dan ook selectief zijn.”

“Hoe bedoelt u, selectief?”

“Als iemand geen indruk maakt, dan verdient deze persoon geen verdere aandacht, noch bekommering. Maar zo denk ik,” zei vader.

“Het is juist dankzij haar dat ik kan genieten van leven op stand.” Mijn handen presenteerden de riante loft. “U zal begrijpen, dat voor een vrouw als Elena niet elke man voldoet. De man die ik eerst was, zou in geen enkele fantasie in aanmerking komen voor haar aandacht. Een ambtenaar bij de gemeente, met een modaal inkomen en een woning die weinig tot de verbeelding spreekt? Ik zou me bijna schamen, als ik het heft niet in eigen handen genomen had. Hoe ik de regels naar mijn eigen hand zette en hoe ik mijn machtspositie bij de gemeente erkende en omarmde. Mijn liefde voor haar dwong me om mezelf te transformeren. Om de man te worden die ze verdient.”

Ik gaf mezelf nog een glas whisky dat ik in één teug leegdronk. Ik voegde eraan toe:

“Daarnaast is het onderhouden van onze liefde ook niet goedkoop. Het zal haar Spaanse achtergrond zijn waar ze haar uitbundige karakter vandaan heeft. Die zijn gewoon wat, hoe zeg je dat, explicieter?”

“Hm, ja, immigranten. Die weten wel hoe ze kunnen krijgen wat ze willen. Wat ze niet kunnen vinden in hun eigen land, komen ze wel halen in het onze. En trouwen dan met een nietsvermoedende naïeveling, zoals mijn zoon,” constateerde vader, terwijl hij naar de spierwitte muur tuurde. Na een ogenblik van stilte barstte hij in lachen uit. De jenever spoot uit zijn mond en landde op mijn brillenglazen. Toen zijn gezicht weer was strakgetrokken vroeg hij me:

“En, Elena, weet zij ook van je administratieve bezigheden?”

“Vorige week heb ik haar bijgepraat, toen mijn schorsing publiekelijk bekend werd gemaakt. Ik heb haar daarna verzekerd dat ons leven en financiële situatie niet in het geding zijn. Na ons gesprek was ze stiller dan normaal, maar ze begrijpt dan ook niet alle complexiteiten die ik met haar deelde. Daar heeft ze simpelweg de kennis niet voor,” vertelde ik.

“Juist, ja. Genoeg gelachen. Hendrik, het is tijd om op te stappen. Mijn taak hier is volbracht,” zei hij. Ik begeleidde hem door de looproute in de hal. Bij de voordeur stopte hij en keek hij naar me zoals hij vroeger naar me keek. Hij greep in zijn binnenzak en legde een kleine sleutel op het antieke halmeubeltje.

“Je zult doen wat nodig is, Hendrik”. Vader greep de kraag van mijn strak gestreken overhemd met zijn trillende handen beet. Hij keek me aan alsof hij een lang verborgen geheim onthulde. Alsof het zijn laatste adem was waarmee hij deze woorden nadrukkelijk uitsprak. Alsof hij, voor het eerst in zijn leven, zijn zoon toesprak als vader.

Zijn dood lag echter nog lang niet in het verschiet, nimmer de zorgen daaromtrent. Vader stond bekend om zijn principes, waarvan efficiëntie als hoogste principe zegevierde boven alle andere. Zorgen over hypothetische situaties die men in geen enkel geval kon voorzien, zoals de dood, waren niet aan hem besteed. Zijn steeds heviger wordende tremor was slechts een logisch symptoom, waarbij elektrische signalen overgaan van de ene op de andere zenuw. Een verklaarbare uiting van een mens die zijn lichaam al tientallen jaren als instrument hanteert. Dingen slijten. Zo ook mensen. De dood was net zo’n logisch gevolg.

“Uiteraard, vader,” antwoordde ik. Nadat hij me uit zijn greep had bevrijd, zijn wandelstok had gepakt en mijn huis had verlaten in kalmte, klonken zijn woorden nog in mijn hoofd. Je zult doen wat nodig is. Ik moest bekennen dat ik geen idee had waarnaar hij refereerde. Voor een berekenend man, die normaliter slechts op praktische wijze communiceert, was hij dit keer allesbehalve eenduidig en helder.

II

Ik gleed met mijn vingertoppen langs de kreukels van mijn kraag. Dit was wellicht de eerste keer in jaren dat hij me had aangeraakt. Zijn onverwachte nabijheid bracht me een onbehaaglijk gevoel dat me tegelijkertijd beviel. Nooit eerder had hij zich laten verleiden om zich te schikken naar sociale regels, zoals handen schudden of een knuffel geven. Liefde was volgens hem niet te duiden in de wijze waarop je je onderwerpt aan gedragscodes of sociaalwenselijk gedrag. Liefde, überhaupt, was volgens vader een geïnstitutionaliseerd fenomeen dat geen andere voedingsbron kende dan kapitalisme, marketing en biologie. Ik zou de betogen van mijn vader woordelijk kunnen reproduceren, in het geval iemand daar ooit in geïnteresseerd zou zijn. Ik achtte de kans klein.

Met zorg knoopte ik mijn blauw gestreepte overhemd los dat linea recta verdween in de wasmachine. Mijn net-te-kleine witte hemd ontblootte mijn net-te-dikke behaarde buik toen ik neerstreek op mijn splinternieuwe zwartleren bank. Ik dacht aan Elena. Zij had me drie weken geleden aangespoord om naar de sportschool te gaan. Succesvol ook. Niemand anders dan zij was bij machte om mij zwetend op de fitnessapparaten te krijgen. Ik walgde van de weeïge stank, het aanzicht van de vele spiermassa’s van jonge mannen en de luide technomuziek in de sportschool. Met een paar goed gecoördineerde handelingen kon Elena mij besturen als een gehoorzaam marionetpoppetje. Haar lichte aanraking op mijn bovenarmen, haar andere hand rondom mijn kaak, een gekanteld gezicht en de wijze waarop ze mijn naam uitsprak: Enrique. Zonder ‘h’. Die vond ze nog lastig. Voor een Spaanse dame met bijbehorend temperament, werd haar tactiek op dit punt voorspelbaar, maar effectief.

Deze week was ik gevrijwaard van sportschoolverplichtingen, al vertelde ik haar dat niet als zodanig. Ze was een week op vakantie om haar familie te bezoeken. Daar deden zich meestal grotere drama’s voor dan het verzwijgen van een sportschoolbezoekje. Op de paar momenten dat ik haar telefonisch sprak, vermoeide ik haar ook maar niet met de dagelijkse afspraken met mijn vader. Dat zou haar alleen maar onnodig opwinden. Ze had een hekel aan mijn vader. ‘Een harteloos man,’ zei ze altijd, ‘is niet te vertrouwen’. Vaak liet ik haar uitrazen en knikte ik instemmend, wanneer ze me letterlijk vroeg of ze gelijk had. Maar dat was alweer jaren geleden.

Haar ongekende haat jegens mijn vader leidde ertoe dat ik hem nauwelijks nog zag. Eerst slechts nog op de verplichte verjaardagfeestjes, die na afloop steevast uitmondden in een razernij van mijn geliefde Elena. Over de wijze waarop vader zonder oogcontact zijn lege jeneverglas in Elena’s handen drukte – ze was toch verdomme geen dienstmeid? – , terwijl hij ononderbroken sprak over de laatste ontwikkelingen op de beurs en de waarde van zijn aandelen die in betrekkelijk korte tijd vertienvoudigd was. Toen ze weigerde zijn onuitgesproken bevel op te volgen, had hij mij bedenkelijk aangekeken en mij verzekerd dat de verhoudingen tussen man en vrouw vroeger heel anders georganiseerd waren. Vroeger was alles beter.

Niet veel later verdwenen die gelegenheden ook. Ik nam het haar niet kwalijk. Ze was te gevoelig voor de zakelijke houding van mijn vader. Ze kende hem niet zoals ik. Ze wist niet hoe zijn affectieloze opvoeding mij had geleerd een onafhankelijk en zelfstandig man te worden. Hoe zijn afwezigheid in mijn jeugdjaren erin resulteerde dat ik als jonge knaap op eigen benen kon staan en mijn eigen rotcenten wist te vergaren. Hoe zijn meedogenloze straffen mij verantwoordelijk stelden voor mijn eigen daden. Hoe een jongen een man wordt. Tot op de dag van vandaag is vader mijn mentor, mijn leermeester. Mijn boekhouder en mijn bloed.

Naar bovenTerug naar fictie