Fictie
Terug naar fictie

Nog één blaadje, alsjeblieft?

kort verhaal

Ze nam een bruin blaadje tussen wijs- en duimvinger en wreef heen en weer. Het natte vocht voelde een beetje vies. Vanuit het zolderraam had ze de kleurrijke bomen dagenlang bewonderd en de oranje zonnegloed had haar doen geloven dat de blaadjes donzig en warm zouden aanvoelen in haar handpalmen. De rode blaadjes zouden zelfs zo warm zijn, dat ze deze alleen bij de puntjes zou kunnen vasthouden. Ze zou ze meenemen in haar fietsmandje en zorgvuldig over haar bed verspreiden, zodat ze bij koude nachten in een heerlijk warm donslaagje in een diepe slaap zou vallen. Ze zou er wat extra aan haar voeteneind leggen, want haar voeten waren altijd ijsklompjes.

Ze hurkte vlak boven het gras en onderzocht elk blaadje. De gele waren ook koud en voelde zanderig. Over één blaadje kroop een naaktslak, die een slijmerig spoor tekende over de bruine afgestorven randjes. Hij leek de natte kou niet vies te vinden. Hij draaide zich zelfs langzaam om en besloot nog een rondje te maken. Dat hij niet uitgleed over zijn eigen slijm, begreep ze niet. Als zij een naaktslak zou zijn geweest, zou ze een warm plekje zoeken en een dikke jas. Eén keer is het voorgekomen dat ze in haar blote kont in de tuin stond. Maar toen had ze straf, omdat ze de puntjes van een tang in de gaatjes van het stopcontact had gestopt en het daarna overal donker werd. Papa was zo kwaad geworden dat hij haar polsen pakte en haar meenam naar de bijkeuken. Misschien was hij bang in het donker, dat hij zo kwaad was geworden, dacht ze. Daar trok hij al haar kleren uit. Zelfs haar onderbroek. Haar voeten vonden de tegels van de bijkeuken koud, maar ze wist nog niet welke kou haar te wachten stond. ‘Ga maar even afkoelen, Nina,’ zei hij en hij duwde haar naar buiten om vervolgens de deur met een harde klap weer dicht te slaan. Toen ze de natte grassprieten tussen haar tenen voelde kriebelen, besefte ze dat ze niet wist hoelang afkoelen eigenlijk duurt. Dat bleek best wel lang te zijn. Zo lang dat ze op een gegeven moment een beetje slaperig werd en ze haar knieën niet meer voelde, die even later stopte met trillen. Ze had mama nog horen schreeuwen, die de bijkeukendeur opensloeg en naar haar toe rende. Toen was alles zwart geworden.

Sindsdien bleef ze binnen. Zodra ze de tocht van buiten langs haar wangen voelde schuren, rende ze naar haar zolderkamer om haar dekbed als een tent om zich heen te slaan. Terwijl de zweetdruppeltjes jeukten in haar gezicht, nam ze grote happen lucht die nooit genoeg zuurstof leken te bevatten. Pas wanneer mama bij haar in de tent kwam zitten en sussend haar zweetdruppeltjes schoonveegde, stopte ze met trillen en kon ze weer normaal ademhalen. Bijna elke dag zat ze met mama in de tent.

Vandaag was het een jaar geleden. Ze had de blaadjes zien verdwijnen en de sneeuw van de bomen zien smelten. Ze had bloemetjes zien ontspruiten en de vlinders zien fladderen. Ze had de kinderen van de buren zien spelen in een opblaaszwembad en ijsjes zien eten in hun zwembroek. Toen de groene blaadjes weer langzaam bruin kleurde, en daarna ook geel, rood en oranje, werd ze nieuwsgierig. Ze vroeg aan mama of de blaadjes het niet meer leuk vonden in de boom en ze daarom weggingen. Of dachten ze soms dat ze konden vliegen, maar dat ze na het loslaten van de boom erachter kwamen dat ze dat niet konden en dat ze daarom zo hulpeloos naar beneden dwarrelden?

Mama glimlachte, zweeg even en vroeg daarna of ze niet eens buiten wilde kijken. Dan kon ze de blaadjes van dichtbij bekijken. Ze zouden de mooiste uitzoeken en opplakken in een boek. Nina had gefluisterd dat ze dat eigenlijk wel heel graag wilde.

‘Mama, de blaadjes zijn helemaal nat. Straks wordt mijn plakboek helemaal vies!’ zei Nina teleurgesteld. Mama legde uit dat dat zo hoort en dat ze de blaadjes eerst zouden drogen en plat zouden maken tussen een boek, voordat ze de blaadjes zouden opplakken.

‘Kies de mooiste er maar uit, lieverd’.

Nina bleef even staan, toen ze vervolgens een geel blaadje oppakte en in de lucht hield. ‘Kijk mama, deze heeft moedervlek, net als ik!’ Het ene blaadje na het andere verdween in de plastic tas die mama had meegebracht.

‘Ik denk dat we nu wel genoeg blaadjes hebben, denk je niet?’

‘Nog niet! Mag ik nog heel even zoeken? Nog één blaadje? Alsjeblieft?’

‘Natuurlijk, schat.’

Naar bovenTerug naar fictie